2 Probleemanalyse
2.1 Probleembeschrijving
Aanleiding van dit
onderzoek is dat er een vermoeden bestaat dat de loodconcentratie in de bodem
nabij schietterreinen verhoogd is. Dit schietterrein wordt sinds 1956 [1] gebruikt
voor zowel landmacht als luchtmacht gebruikt voor schietoefeningen. Het is aangetoond dat op dit schietterrein
een verhoogde loodconcentraties in de bodem voorkomt. Het is echter onduidelijk
of er in het direct aangrenzende gebied ook verhoogde concentraties voorkomen.
De gemeentes waar deze schietterreinen zich bevinden zien dit als een probleem
omdat het de gezondheid van burgers [2] in gevaar kan brengen, ook vanwege
speelplaatsen die in de nabijheid zijn gelokaliseerd. De gemeente wil hierover
onderzoek laten uitvoeren, dat duidelijk moet maken of het inderdaad een gevaar
oplevert of op zal leveren.
Met behulp van een
toetsend onderzoek kan worden beoordeeld of de situatie problematisch is of dat
het allemaal mee gaat vallen met de loodconcentratie in het gebied gelegen
naast het schietterrein.
Doelstelling: Met behulp van meetwaarden en GIS bepalen of er een verhoogde
loodconentratie gevonden wordt in het onderzoeksgebied, nabij het schietterrein
de Vliehors.
Probleemstelling: Vindt er uitloging plaats van lood uit de
schietterreinen naar de nabije omgeving, zo ja, is de mate van vervuiling een
probleem?
Begrippen
·
De
loodconcentratie zal worden bepaald in mg lood / kg grond. De monsters worden
met grondboor genomen en geanalyseerd volgens een NEN voorschrift. Met behulp
van
·
Met GIS
(Geografisch Informatie Systeem) software kan een kaart gemaakt worden om de
metingen in kaart te brengen.
·
Onderzoeksgebied:
Het gebied
3 Onderzoeksopzet
3.1 Onderzoekseenheden:
Onderzoekseenheid 1
·
Bodemmonsters
zijn belangrijkst in dit onderzoek. Hiermee wordt een duidelijk inzicht
verkregen in de situatie nabij het schietterrein.
·
De
loodconcentratie van deze bodemmonsters zal bepalen of er in het
onderzoeksgebied sprake is van verhoging van loodconcentraties
·
GIS
computersoftware, hiermee kan een kaart worden gemaakt van de omvang van
Onderzoekseenheid 2
·
Het
onderzoeksgebied, een gebied nabij het schietterrein en het bewoonde dorp
Vlieland op het gelijknamige eiland.
De onderzoekssituatie
bestaat uit een gebied waar ook een speelterrein voor kinderen gesitueerd is,
vlakbij het schietterrein de Vliehors op Vlieland. Op het schietterrein zelf is
een verhoogde loodconcentratie gevonden.
3.2 Dataverzamelingsmethoden
In het onderzoek naar de
loodconcentratie in de bodem van de directe omgeving van schietterreinen, vormt
de te onderzoeken bodem die om het schietterrein ligt de
onderzoekspopulatie. Omdat het niet
praktisch is om meerdere schietterreinen te betrekken vanwege een groot aantal
monsters die moeten worden genomen, wordt er aselect 1 gekozen. Het is ook
onmogelijk om alle grond te analyseren op lood, dus wordt hieruit select (met
vaste lokaties en afstanden) een beperkt aantal monsters getrokken. Deze vormen
de onderzoekseenheden. Ontwerp is toetsend, want de waarden zullen getoetst worden
met behulp van GIS. Hierbij zal een klassering gemaakt worden zodat zichtbaar
wordt of de situatie om een ingreep vraagt.
Aantal monsters
Om monsters te nemen bij
een schietterrein, moet er berekend worden hoeveel monsters er in ieder geval
genomen moeten worden, wil het statistisch betrouwbaar zijn. Dit kan met de
statistische formule:
Hierin is:
n = aantal te nemen monsters
α =
gewenste betrouwbaarheid
f =
schatter
B = maximale bandbreedte
Deze formule zal hier
niet verder toegelicht worden. Na het correct invullen van de gegevens volgt
het volgende aantal te nemen monsters: 2400 monsters. Voor een nauwkeurig en
betrouwbaar beeld zijn dus, zoals verwacht, veel monsters nodig. Deze monsters
worden systematisch, volgens een vast patroon genomen.
Om het onderzoeksgebied
acceptabel te houden wordt de maximale afstand vastgelegd op 800 meter.
Eén reeks monsters wordt de eerste 200 m
met tussenstappen van 50 meter, na 200 meter met tussenstappen van 100 meter en
na 500 meter met tussenstappen van 150 meter genomen. De afstand tussen twee
reeksen hangt af van de grootte van het schietterrein waar de bodem tegenaan
grenst en het aantal te nemen monsters. De exacte analyse dient te worden
uitgevoerd volgens het voorschrift NEN 5740.
Diepte van de boringen
Bij het nemen van
grondmonsters kan er met grote zekerheid worden gezegd hoe diep er geboord moet
worden. De verontreiniging met lood wordt vooral verwacht in de bovenste laag
van de bodem. Hierin bevindt zich ook de humuslaag. De reden hiervoor is, dat
wanneer opgeloste metalen (in positieve ionvorm –kation) de bodem indringen,
deze worden gebonden aan in de bodem
aanwezige humuszuren. De te bemonsteren diepte wordt daarom vastgesteld op 20
cm.
Meetniveau
Het ligt in dit onderzoek
voor de hand om de loodconcentratie op schaalniveau te meten. Het zou echter
ook op ordinaal niveau kunnen worden gemeten, wanneer verschillende intervallen
worden vastgesteld in namen (bijv “geen verontreiniging”, “geen bedreiging”,
“te hoog”).
3.3 Datapreparatie
Het onderzoek is gedaan
om te bepalen in hoeverre de loodconcentratie in het gebied nabij het
schietterrein de Vliehors een probleem kan vormen voor de omwonenden. Hierbij
worden monsters genomen, en geanalyseerd op de loodconcentratie in mg/kg grond.
Van het geheel wordt een kaart gemaakt met behulp van GIS software.
De data zal gebruikt
worden om aan te geven waar in het gebied de loodconcentratie boven de norm
ligt, en hoe groot dit gebied is. Hiermee kan bepaald worden of er maatregelen
of een vervolgonderzoek nodig zijn.
De metingen worden gedaan
bij een extern laboratorium, aangezien deze mensen meer ervaring hebben met
meting van loodconcentraties. Verwerking van de gegevens zal plaatsvinden
wanneer de monsters door het laboratorium geanalyseerd zijn. Hiermee kan
vervolgens een kaart gemaakt worden zoals eerder beschreven is met behulp van
GIS.
3.4 Betrouwbaarheid en geldigheid
Doordat er 2400 monsters
genomen zijn is een uitermate betrouwbare uitspraak mogelijk over het
onderzoeksgebied. Eventuele onzekerheden in de metingen worden op die manier
minimaal gehouden. De meetwaarden geven dan ook een goede indruk van de actuele
situatie ontrent loodconcentraties in het onderzoeksgebied. Als de
concentraties niet voldoen aan de norm, dan zal dit duidelijk blijken uit het
onderzoek. Een betrouwbaarheid van 95% wordt aangehouden.
De geldigheid van dit
onderzoek kan bepaald worden met behulp van andersoortige onderzoeken naar
loodconcentraties in de bodem, gedaan in een onderzoeksgebied met verregaande
gelijkenis met het betreffende onderzoeksgebied.
3.5 Onderzoeksvragen
Doel is om uit te zoeken
of er inderdaad verhoogde concentraties voorkomen en hiermee te bepalen of het
een gevaar oplevert voor omwonenden. Eveneens
is het de bedoeling om hiermee te bepalen of er maatregelen nodig zijn.
De vraag die de gemeente
stelt:
Zijn er verhoogde loodconcentraties in de direct
aangrenzende bodem rond schietterreinen te vinden die de volksgezondheid in
gevaar brengt en moet ik actie ondernemen?
Er moet opgemerkt worden
dat de vraag van de opdrachtgever er meestal anders uitziet dan die van de
onderzoeker, omdat de opdrachtgever meestal wel weet wat hij/zij wil bereiken
maar niet precies weet wat voor informatie daarbij hoort. Daardoor is de vraag
enigszins breed en vaag geformuleerd. Het is de taak van de onderzoeker om
duidelijke, goede en concrete onderzoeksvragen te formuleren.
Ten eerste kan deze vraag
niet als onderzoeksvraag worden toegepast, vanwege een normatieve vorm. Deze
vraag bevat namelijk eigenlijk twee normatieve vragen.
De eerste is: Zijn er verhoogde loodconcentraties in de
bodem te vinden?
‘Verhoogde’ of ‘verhoogd’
is in deze vraag een normatief begrip. Het is niet goed te zeggen wanneer iets
‘verhoogd’ is. Hieraan kunnen meerdere waardes vast gekoppeld zijn. Een goede
vertaling hiervan is het gebruik van een meetwaarde. In dit geval de
concentratie van lood die onder natuurlijke omstandigheden in Nederland in de
bodem voorkomt. De vraag kan als volgt geformuleerd worden: Zijn er verhoogde loodconcentraties in de
bodem te vinden die ten opzichte van de
waarde die onder natuurlijke omstandigheden in Nederland voorkomt?
De tweede normatieve
vraag die kan worden onderscheiden is:
Brengt de loodconcentratie de volksgezondheid in
gevaar?
In deze vraag is ‘gevaar’
het normatief begrip. Ook deze is niet vast te definiëren en deze vraag is niet
direct met onderzoek te beantwoorden. Voor dit normatief begrip moet een
concrete definitie worden vastgesteld. In dit geval is het de door de overheid
vastgestelde norm voor het loodgehalte in de bodem die volgens onderzoek ‘niet
schadelijk voor de gezondheid’ is bevonden. Een betere vraag is: Is de loodconcentratie in het
onderzoeksgebied hoger dan of gelijk aan de vastgestelde norm?
Na het omzetten van de
normatieve vragen in vragen met concrete waarden (eisen waar het aan moet
voldoen) verkrijgt met goed bruikbare vragen die goed met onderzoek zijn te
beantwoorden.
1
Is er in het hele onderzoeksgebied, of alleen op
specifieke plekken een verhoogde loodconcentratie ten opzichte van de
natuurlijke concentratie?
We hebben nu twee
hoofdvragen:
Deze kan worden
uitgebreid met de volgende subvraag:
A: Zijn er maatregelen nodig, of voldoet de
concentratie aan de norm?
Zo kan de gemeente
zonodig weten op welke specifieke plaatsen zij in moet grijpen, wat dus ook nog
kosten kan besparen.
Verder zou er nog een
subvraag kunnen worden toegepast, die ook interessant kan zijn:
B:
Tot op welke afstand van het schietterrein vormt de loodconcentratie een
probleem?
Deze zou onder andere
gebruikt kunnen worden om meer inzicht te verkrijgen over de verspreiding van
het lood naar buiten toe (vanuit het schietterrein).
2
Is de loodconcentratie in het onderzoeksgebied
hoger dan of gelijk aan de vastgestelde norm?
Nog even in een
overzicht:
1 Is er in het hele onderzoeksgebied, of
alleen op specifieke plekken een verhoogde loodconcentratie ten opzichte van de
natuurlijke concentratie?
Sub A: Zijn
er maatregelen nodig, of voldoet de concentratie aan de norm?
Sub B: Tot op welke afstand van het
schietterrein vormt de loodconcentratie een probleem?
2 Is de loodconcentratie
hoger dan of gelijk aan de vastgestelde norm?
Typen onderzoeksvragen
De eerste vraag is te
definiëren als een verschilvraag. De gemeten loodconcentraties worden immers
vergeleken met de natuurlijke concentraties. Deze twee worden met elkaar
vergeleken om te kijken of de loodconcentratie boven, dan wel onder de
natuurlijke concentratie ligt.
Subvraag A is een
frequentie onderzoeksvraag, want er wordt gekeken waar de hoge
loodconcentraties voorkomen. Het is een beschrijving waar de meest vervuilde
plaatsen zich bevinden. Het is ook een beschrijvende vraag.
Subvraag B is een
samenhang onderzoeksvraag. Er wordt statistisch onderzocht of er een samenhang
is tussen de afstand en de loodconcentratie. Met andere woorden: wat is het
verloop van de loodconcentratie met de afstand?
De tweede vraag is weer
een verschilvraag. Hierbij geldt hetzelfde als bij vraag 1. Maar hier wordt de
loodconcentratie vergeleken met de vastgestelde norm voor lood in de bodem, in
plaats van de natuurlijke concentratie.
Haalbaarheid
Voordat er resultaten
komen, zullen er eerst bodemmonsters moeten worden genomen. Dit kan snel
uitgevoerd worden, omdat de bemonstering relatief eenvoudig is. Daarna worden
deze bodemmonsters naar het lab gebracht voor analyse op de loodconcentratie.
Verondersteld wordt dat dit ook binnen relatief korte tijd uitgevoerd kan
worden door de expertise en ervarenheid van de medewerkers die daar werken.
Ook omdat de resultaten
voor algemeen belang zijn, wordt aangenomen dat dit onderzoek, wat betreft
haalbaarheid, geen probleem is.
3.6 Type onderzoek
1 Is er in het hele onderzoeksgebied, of
alleen op specifieke plekken een verhoogde loodconcentratie ten opzichte van de
natuurlijke concentratie?
Deze onderzoeksvraag
wijst op een toetsend onderzoekstype. Met behulp van meetwaarden van een
soortgelijk gebied zonder schietterrein kan worden vastgesteld of er
daadwerkelijk een verhoogde loodconcentratie in de bodem aanwezig is. De
verwachting is dat er inderdaad een verhoogde loodconcentratie gevonden zal
worden in de bodem nabij het schietterrein.
Sub A: Zijn er maatregelen nodig, of
voldoet de concentratie aan de norm?
Deze subvraag kan
duidelijk maken of de loodconcentratie daadwerkelijk een probleem vormt. De
meetwaarden kunnen getoetst worden aan de norm voor loodconcentratie in de
bodem.
Sub B: Tot op welke afstand van het
schietterrein vormt de loodconcentratie een probleem?
Ook deze vraag gaat
verder. Na het verkrijgen van alle meetwaarden wordt bekeken of er ook een
relatie bestaat tussen de loodconcentratie en de afstand. Er is geen sprake van
een hypothese of enig concrete verwachting. Dus is het onderzoek voor deze
vraag te definiëren als exploratief onderzoek.
2 Is de loodconcentratie hoger dan of gelijk aan
de vastgestelde norm?
Dit is een verschilvraag.
Hier is een hypothese of theorie niet aan de orde. Het gaat ook hier om
toetsend onderzoek.
Gezien de
onderzoeksvragen, is het gehele onderzoek naar de loodconcentratie in de
directe omgeving van schietterreinen te definiëren als het type toetsend onderzoek.
4 Tijdsplanning
Week 1: Bepalen omvang
onderzoeksgebied
Week 2 en week 3:
monstername overeenkomstig onderzoek
Week 4: ontvangen uitslag
monsters loodconcentratie van laboratorium
Week 5: Verwerking van de
resultaten in een GIS kaart
Week 6: Overleg met de
opdrachtgevers en bepalen eindconclusie van het onderzoek
5 Bronnen
Bron:
[2]
[3] Baarda en de Goede, Basisboek
Methoden en Technieken, 2001, Wolters-Noordhoff bv, Groningen, Nederland.